| |
---|
Latijnse naam | Anthriscus cerefolium |
Familienaam | Schermbloemenfamilie (Umbellifereae) |
Overige namen | Gewone kervel, tamme kervel, soepkervel, moeskervel. |
Buitenlandse namen | Engels: Cow-parsley.
Frans: Persil sauvage.
Duits: Kerbel.
Italiaans: Lappola.
Spaans: Perifallo.
|
Oorsprong | Ooste-Europa en West-Azië; waarschijnlijk door de Oude Romeinen naar West- en Midden-Europa gebracht. |
Vindplaats | In Nederland gekweekt op lichte droge grond, half in de schaduw. |
Beschrijving | In Nederland gekweekt op lichte droge grond, half in de schaduw. |
Kweek | Kervel groeit snel en zaait zich elk jaar overvloedig uit; wel regelmatig begieten. Dun de 8 centimeter hoge zaailingen uit tot een onderlinge afstand van 30 centimeter. |
Verduurzamen | Drogen is niet mogelijk bij kervel, daar het aroma vrijwel meteen vervliegt. |
Eigenschappen | Drogen is niet mogelijk bij kervel, daar het aroma vrijwel meteen vervliegt. |
Toepassing spijs & drank | Kervel behoort tot de zogenaamde fines herbes, harmoniseert de smaak van vele andere kruiden en onderstreept die.
Dit geld vooral voor dragon.
Kervel moet niet meegekookt worden, maar vlak voor het verstrijken van de kooktijd worden toegevoegd.
Het kruid combineert goed met vis en schaaldieren en past uitstekend in smeersels, dipsauzen en eiergerechten. |
Toepassing medicinaal | Verse kervelsap vormt een goede reinigende en teintverbeterende huidlotion. |
Toepassing huishoudelijk | - |