| |
---|
Latijnse naam | Calendula Officinalis |
Familienaam | Composietenfamilie (Compositeae) |
Overige namen | - |
Buitenlandse namen | Engels: Mari gold.
Frans: Souci.
Duits: Ringelblume.
Italiaans: Calendula.
Spaans: Calendula. |
Oorsprong | Zuid-Europa en West-Azië.
|
Vindplaats | In geheel Europa, zowel gekweekt als verwilderd. |
Beschrijving | In geheel Europa, zowel gekweekt als verwilderd. |
Kweek | Zaait zichzelf zeer snel en makkelijk uit. De zaaitijd is april, in volle vochtige grond op een zonnige plek. Dun de zaailingen uit tot een onderlinge afstand van 30 à 40 centimeter. |
Verduurzamen | Droog de bloemblaadjes in de schaduw, dan behouden ze hun kleur. |
Eigenschappen | Droog de bloemblaadjes in de schaduw, dan behouden ze hun kleur. |
Toepassing spijs & drank | Eigenlijk zijn alleen de bloemblaadjes te eten. Ze verlenen salades, kaas, soep en stoofgerechten een heel eigen, pittig aroma.
Een aftreksel in melk lijkt op saffraan en kan als saffraankleur toegepast worden, bijvoorbeeld in soepen. |
Toepassing medicinaal | Een melkextract van de bloemblaadjes en ook van de groene bladeren wekt transpiratie op.
Het wordt in zalven en zepen gebruikt tegen jeuk en huiduitslag en werkt antiseptisch en wondhelend. |
Toepassing huishoudelijk | Met goudsbloemblaadjes kunnen, afhankelijk van de beitsmiddel, gele textielverfstoffen verschillende schakeringen krijgen. |